Vastgoedfondsen (SCPI’s) in 2026: 6 tips om verstandig te investeren
Investeren in een SCPI (ofwel een commercieel vastgoedfonds naar Frans recht) lijkt misschien ingewikkeld, maar dat hoeft het niet te zijn. Toch is de markt de laatste jaren verandert. Ook in 2026 is het belangrijk om investeren in vastgoedfondsen, zoals SCPI’s, met zorg en structuur aan te pakken. De verschillen in prestaties zijn soms groter geworden en dat vraagt om extra aandacht. Hieronder vindt u zes tips om met realisme en consistentie te investeren en te weten waar u instapt.
Investeren in een SCPI (ofwel een commercieel vastgoedfonds naar Frans recht) lijkt misschien ingewikkeld, maar dat hoeft het niet te zijn. U investeert samen met andere beleggers in een fonds. Dat fonds koopt gebouwen (commercieel vastgoed), verhuurt ze en verdeelt vervolgens de huurinkomsten onder haar investeerders (vaak in de vorm van dividenden).
Toch is de markt de laatste jaren verandert. Ook in 2026 is het belangrijk om investeren in vastgoedfondsen, zoals SCPI’s, met zorg en structuur aan te pakken. De verschillen in prestaties zijn soms groter geworden en dat vraagt om extra aandacht. Hieronder vindt u zes tips om met realisme en consistentie te investeren en te weten waar u instapt.
Tip 1: Begrijp dat niet alle vastgoedfondsen in dezelfde categorie vallen
Lange tijd werd er gedacht dat alle SCPI’s ongeveer hetzelfde waren. Ze leken vergelijkbare rendementen te hebben, dezelfde soort panden en een stabiel beeld. Dat beeld is niet langer actueel. De ontwikkelingen op de vastgoedmarkt, mede veroorzaakt door de stijgende rente sinds 2022, hebben de kaarten opnieuw geschud.
Hogere rentes maakten financiering duurder, wat invloed heeft gehad op de waarde van vastgoed. Vooral kantoren of panden in (economisch) minder sterke regio’s kregen hiermee te maken. Daardoor zijn niet alle op dezelfde manier getroffen: vastgoedfondsen met goed gelegen gebouwen, sterke huurders of meer spreiding presteerden beter dan andere.
Voor een belegger betekent dit een andere aanpak: het gaat tegenwoordig niet om “een SCPI kiezen”, maar om het selecteren van een strategie, beheerteam en portefeuille die passen bij uw doelen en beleggingshorizon (hoe lang u wilt investeren).
Tip 2: Vertrouw nooit op één enkel (opvallend) rendementscijfer
Het jaarlijkse rendement is het meest zichtbare cijfer dat mensen vaak als eerste zien. Het is vaak het eerste cijfer dat wordt benadrukt, omdat het aangeeft hoeveel inkomsten er in verhouding tot de aandeelprijs zijn uitgekeerd. Maar los bekeken kan dit percentage een onvolledig, of zelfs misleidend, beeld geven van de werkelijke stabiliteit van de belegging. Één jaar zegt namelijk weinig, een hoog rendement kan ook komen door een eenmalige verkoop van een gebouw of door reserves die jarenlang waren opgespaard.
Daarom is het belangrijk om naar de prestaties over meerdere jaren te kijken.
In dit verband biedt het effectief rendement (IRR of TRI) (1) een vollediger beeld. Deze indicator meet hoe het fonds over meerdere jaren heeft gepresteerd en houdt rekening met ontvangen inkomsten, de ontwikkeling van de waarde van het aandeel over de periode (prijsbewegingen) en de duur van de belegging. Een IRR over vijf of 10 jaar geeft dan ook een realistischer beeld. Wanneer u de prestaties over vijf of tien jaar bekijkt, ziet u beter hoe sterk een SCPI werkelijk is. U kijkt dan niet alleen naar één goed of slecht jaar, maar naar het totale plaatje over een langere tijd.
Tip: Kijk naar de lange termijn en niet naar de uitschieter(s).
Tip 3: Kijk naar spreiding
Een SCPI draait van nature om risicospreiding: ze bezit meerdere panden die verhuurd worden aan een groot aantal verschillende huurders. Maar niet elke vorm van spreiding werkt even sterk.
De stevigheid van een SCPI hangt namelijk niet alleen af van het aantal gebouwen, maar ook van hoe deze zijn verdeeld over verschillende vastgoedsoorten (zoals kantoren, zorg, logistiek of winkels) én over diverse landen en regio’s.
Deze markten bewegen niet altijd tegelijk. Een terugval in één sector of regio kan daardoor worden gecompenseerd door betere resultaten in andere delen van de portefeuille.
Spreiding haalt het algemene risico van de vastgoedmarkt echter niet weg. Daarom blijft het belangrijk dat beleggers SCPI’s zien als onderdeel van een evenwichtige, bredere portefeuille.
Ook voor Nederlandse investeerders kan dit zeker relevant zijn. Nederland is een kleine vastgoedmarkt. Steden zijn krap, bouwkosten zijn hoog en duurzame eisen worden steeds strenger. Daardoor schommelen prijzen soms anders dan in grotere landen zoals Frankrijk of Duitsland. Een SCPI kan dan mogelijk helpen om makkelijk over meerdere landen te spreiden, zonder dat u zelf overal vastgoed hoeft te zoeken en aan te kopen.
Tip 4: Houd rekening met alle risico’s
Net als bij elke andere vastgoedbelegging brengt ook een SCPI risico’s met zich mee. Het is belangrijk om deze goed te begrijpen voordat u instapt.
De inkomsten zijn niet gegarandeerd en kunnen variëren. Ze hangen af van de huurders en van de mate waarin de panden verhuurd zijn.
Ook de waarde van het geïnvesteerde kapitaal kan stijgen of dalen, afhankelijk van hoe de vastgoedmarkt zich ontwikkelt.
Daar komt nog een liquiditeitsrisico bij: het verkopen van SCPI‑delen kan tijd kosten, omdat dit afhankelijk is van de marktomstandigheden en van het aantal kopers dat op dat moment beschikbaar is.
Het is daarom verstandig om deze risico’s vooraf mee te wegen in uw keuze.
Tip 5: Kies een beleggingshorizon die past bij vastgoed
Investeren in een SCPI werkt het beste wanneer u een lange termijn voor ogen heeft. Vastgoed beweegt langzaam, en periodes van daling kunnen meerdere jaren duren voordat er weer herstel optreedt. Om die schommelingen beter op te vangen, wordt vaak een beleggingshorizon van acht tot tien jaar aangeraden.
Kiezen voor een kortere periode (korte beleggingshorizon) kan betekenen dat u moet uitstappen op een minder geschikt moment, zowel qua waarde als qua verkoopmogelijkheden. Een langere horizon biedt meer stabiliteit en een grotere kans dat fluctuaties worden afgevlakt.
Tip 6: Neem de tijd om de documenten te lezen vóór u instapt
Tot slot, een vaak onderschatte aanbeveling: informeer uzelf voldoende voordat u investeert. Regelgevende documenten zoals het Essentiële‑informatiedocument (KID), jaarverslagen en kwartaalrapporten bevatten cruciale en waardevolle informatie over de strategie, portefeuille, risico’s en vooruitzichten van de SCPI.
Door deze documenten te lezen, kunt u voorbij de rendementscijfers kijken en focussen op de fundamenten. Neem de tijd, door deze stukken te bekijken, krijgt u een duidelijk beeld van hoe de SCPI werkt en wat u kunt verwachten. Het helpt u om voorbij de rendementscijfers te kijken en een goed onderbouwde beslissing te nemen.
In 2026 blijft een SCPI een manier om in vastgoed te beleggen zonder het zelf te hoeven beheren (in ruil voor beheerskosten). Het blijft wel belangrijk om een SCPI altijd te zien als onderdeel van uw totale vermogen. De keuze moet passen bij uw doelen, uw persoonlijke situatie en uw bereidheid om uw geld voor langere tijd vast te zetten
Belangrijke informatie
CORUM-aandelen zijn een vastgoedbelegging. Zoals elke vastgoedbelegging is het een belegging voor de lange termijn met een beperkte liquiditeit. Er bestaat een risico op kapitaalverlies, het inkomen is niet gegarandeerd en is afhankelijk van ontwikkelingen in de vastgoedmarkt en de valutakoers. Wij adviseren een beleggingshorizon van minimaal 10 jaar. CORUM Asset Management garandeert de terugkoop van aandelen niet. In het verleden behaalde resultaten zijn geen garantie voor de toekomst.
(1) Drie belangrijke indicatoren
Rendement: uitkeringspercentage, gedefinieerd als het brutodividend vóór Franse en buitenlandse belastingen (betaald door het fonds voor rekening van de aandeelhouder), dat voor het jaar N wordt uitgekeerd (inclusief het buitengewoon interim-dividend en het gedeelte dat als kapitaalwinst wordt uitgekeerd, 0,57% voor CORUM Origin in 2025), gedeeld door de inschrijvingsprijs van het aandeel op 1 januari van het jaar N.
Effectief rendement (IRR/TRI): meet het rendement van de investering in een bepaalde periode. Het houdt rekening met het uitgekeerde dividend, de ontwikkeling van de waarde van het aandeel over de periode en de door de belegger gedragen inschrijvings- en beheerskosten. Ook het feit dat de waarde van geld mettertijd verandert, wordt in aanmerking genomen: zo is € 1 vandaag meer waard dan € 1 binnen een jaar, aangezien die euro onmiddellijk kan worden herbelegd om hem te doen renderen.
Totale jaarlijkse rendement: het uitgekeerde rendement vermeerderd of verminderd met het verschil tussen de inschrijvingsprijs op 1 januari van jaar n+1 en de inschrijvingsprijs op 1 januari van jaar n, gedeeld door de inschrijvingsprijs op 1 januari van jaar n van het aandeel.
Oorspronkelijke auteur:
Faustine RIOT
Vertaald door:
Lunah SMITS